O&O - JAN VAN DE PAVERT: Het oor, het achtste wereldwonder en ander nieuw werk

Deel deze pagina

De vroege werken van Jan van de Pavert (1960) begin jaren tachtig gingen onder meer over ruimtes: theater, arena’s, forten, kortom de werking van architectuur. De ruimtes die hij maakte, werden na verloop van tijd complexer, waarna hij besloot om ze in te brengen in digitale programma’s en er films van te maken. In die fictieve ruimtes ging geschiedenis een rol spelen. Wat zouden de Mexicaanse muralisten doen, als ze nog zouden leven? Die thematiek was vergelijkbaar met zijn schilderijen zoals Rustende Revolutionairen, met versmeltingen van Russische beeldtalen uit de vorige eeuw. Zijn werken bevinden zich onder meer in museale collecties. Hij werkt in opdracht en maakt vrij werk.

O&O 1373 Jan vd Pavert

Naast het opbouwen van dit beeldende oeuvre waarin geschiedenis en kunstgeschiedenis een constante vormen, begon Van de Pavert de afgelopen jaren een studie maatschappijgeschiedenis. Hij spitste zich daarbij toe op architectuurgeschiedenis, een discipline die ook in zijn werk als kunstenaar een rol speelt. Hij deed onderzoek naar het bouwen in de Sovjet-Unie tijdens Chroesjtsjof (1953-60), een tijd van destalinisatie en opkomend consumentisme. Voorafgaand aan deze masterstudie had Van de Pavert een bacheloronderzoek naar het bouwen tijdens Stalin afgerond. De reden dat hij het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam benaderde was dat hij een onderzoeksplan had. Hij wilde kijken hoe hij zijn maatschappijhistorische onderzoeken met zijn werk als kunstenaar kan verbinden. Via een voorstelling op panelen wilde hij een brug slaan tussen een surreëel aandoende beeldtaal en een installatie.

Totale budget € 8.415 / Bijdrage O&O € 8.415

Meer over Jan van de Pavert